Over piekeren, middernachtmonsters en wat wél werkt
Het is 03:17. De stad slaapt. De wereld slaapt. Maar jij ligt wakker. Je staart naar het plafond, en daar zijn ze weer: de gedachten. Die opmerking van je collega. De presentatie van volgende week. Wat je gisteren had moeten zeggen. Wat je morgen niet moet vergeten.
Je wéét dat je moet slapen, maar hoe harder je probeert je hoofd stil te krijgen, hoe drukker het wordt.
Je voelt je opgejaagd. Alsof er een motortje draait dat niet meer uit wil.
Een cliënt, een verhaal
Laatst zat er een dame tegenover me — manager in een grote organisatie, betrokken, scherp, verantwoordelijk. Ze zei: “Ik ben overdag best in control. Maar ’s nachts… dan overvalt het me. Ik wil die gedachten niet denken. Ik wil gewoon rust. Hoe stop ik mijn hoofd?”
En daar zit precies de crux.
Want je hoofd wil niet gestopt worden. Je brein is niet ontworpen om leeg te zijn. Gedachten zijn geen vijand — het zijn signalen. Herinneringen. Waarschuwingen. Pogingen om controle te houden, vaak uit angst om iets belangrijks over het hoofd te zien.
Maar het probleem is: gedachten zijn als muggen. Hoe fanatieker je probeert ze weg te slaan, hoe meer ze zoemen.
Wat je niét moet doen: vechten
Onze eerste reflex is: weg ermee. Niet denken. Afleiding zoeken. Netflix. Scrollen. Of juist streng toespreken: “Nu ophouden, ik moet slapen!”
Maar gedachten zijn hardnekkige bezoekers. Hoe meer je ze onderdrukt, hoe vaker ze aanbellen.
Er is veel onderzoek dat laat zien: pogingen om gedachten te onderdrukken, versterken ze juist. Psychologen noemen dat het ‘roze olifant-effect’ (denk maar eens níét aan een roze olifant… precies).
Wat je wél kunt doen: ruimte maken
Dat klinkt paradoxaal, maar het werkt: niet stoppen, maar toelaten. Niet identificeren met je gedachten, maar ze observeren als passerende wolken in een lucht. Dit komt uit Acceptance and Commitment Therapy (ACT), een methode die niet probeert gedachten te veranderen, maar je relatie ermee.
Een oefening:
Zeg niet: “Ik ben gestrest over morgen,” maar:
“Ik merk dat ik gedachten heb over morgen. En dat geeft me spanning.”
Door die taal creëer je afstand. Je bent je gedachten niet. Je hebt ze.
Een praktisch ritueel voor het slapengaan
Veel professionals plannen hun agenda, maar niet hun hoofd. Gun jezelf dagelijks een moment om mentaal af te ronden.
Probeer dit eens:
-
Pak pen en papier.
-
Schrijf zonder filter alles op wat in je hoofd zit: wat er nog moet, wat je voelt, wat je niet wilt vergeten.
-
Sluit af met de zin: “Dit is voor morgen. Voor nu is het genoeg.”
Door op te schrijven, externaliseer je je zorgen. Je brein hoeft ze niet meer vast te houden als reminder.
Adem als anker
Als gedachten als golven komen, is je ademhaling het anker. Simpele ademhalingstechnieken helpen je zenuwstelsel overschakelen van actie naar rust.
Ademhalingsoefening:
-
Adem 4 tellen in
-
Houd 4 tellen vast
-
Adem 6 tellen uit
-
Herhaal dit 2 minuten
Dit activeert het parasympathisch zenuwstelsel: jouw natuurlijke rempedaal.
Een ander perspectief op wakker liggen
Wat als wakker liggen geen falen is, maar een uitnodiging? Wat als je hoofd je niet in de steek laat, maar je iets wil vertellen?
Misschien is het tijd om te luisteren. Het liefst niet in de paniek van de nacht, maar overdag, met aandacht. Waar gaat je hoofd telkens naar terug? Waar zit iets onafs? Wat vraagt er erkenning?
Tot slot
Je hoeft je gedachten niet te stoppen. Maar je kunt wel anders met ze omgaan. Je kunt ze vriendelijk erkennen, hun plaats geven, en je eigen rust heroveren.
Niet door controle, maar door keuze.
En als het vannacht weer gebeurt:
Adem.
Schrijf.
Observeer.
En herinner jezelf eraan: “Ik ben meer dan mijn gedachten.”
Wil je begeleiding in hoe je met je gedachten omgaat — zeker als ze je werkplezier, gezondheid of nachtrust ondermijnen? Laten we praten. Als psycholoog en loopbaancoach help ik leidinggevenden die vastlopen in hun hoofd, om opnieuw rust en richting te vinden.




