Past leidinggeven nog bij mij?

Je geeft leiding. Misschien een tijdje, of al jaren. Voor de buitenwereld gaat het prima: je team draait prima, de resultaten worden behaald, mensen rekenen op je. En toch moet je ’s ochtends moed verzamelen voor de dag die komt. Je voelt onrust die je niet goed kunt plaatsen. Steeds vaker betrap je jezelf op de gedachte: past dit eigenlijk nog wel bij mij?

Het korte antwoord: of leidinggeven nog bij je past, ontdek je niet door er langer over te piekeren. Je ontdekt het door drie dingen te onderzoeken: past de rol, past de manier waarop jij hem invult, en past de omgeving waarin je hem uitoefent. Twijfel betekent lang niet altijd dat je moet stoppen, maar wél dat het tijd is om te kijken wat er nu precies niet lekker gaat. In dit artikel neem ik je daarin mee.

Herken je een van de volgende dingen?

  • Je bent er ooit ‘ingerold’. Omdat je goed was in je vak, maar niet per se omdat je droomde van leidinggeven.
  • Je lost alles op. Je houdt alles draaiende. Maar je bouwt niets meer op.
  • Je mist het vak zelf: het echte werk, waar je ooit energie van kreeg.
  • Je voelt je verantwoordelijk voor iedereen. Maar vergeet jezelf.
  • Je denkt: ‘Ik heb het goed voor elkaar. Waarom voelt het dan zo leeg?’

Als je hier iets van herkent: je bent niet de enige. Twijfelen over leidinggeven komt vaker voor dan je misschien denkt. Het is een van de vragen die ik in mijn praktijk regelmatig tegenkom. Maar bijna niemand praat hier openlijk over. Want twijfelen aan je rol voelt al snel als twijfelen aan jezelf en je kunnen en dat geef je als leidinggevende niet graag toe. Niet aan je team, niet aan je eigen leidinggevende, soms niet eens aan jezelf.

Waarom twijfel je?

Misschien denk je steeds vaker: ‘leidinggeven past niet bij mij’. Maar voordat je die conclusie trekt, is het belangrijk om te onderzoeken waar je twijfel precies vandaan komt. Twijfel over leidinggeven komt zelden uit de lucht vallen. Als arbeids- en organisatiepsycholoog zie ik in de praktijk drie patronen steeds terugkomen.

1. Je bent gepromoveerd op basis van je vakmanschap, niet op je intrinsieke verlangen

Zo gaat het toch in veel organisaties: de beste inhoudelijke professional wordt teamleider. Een logische stap, een mooie erkenning. Maar goed zijn in je vak is iets heel anders dan energie halen uit het begeleiden van anderen. De vraag die er echt toe doet, is destijds vaak nooit gesteld: wil je dit eigenlijk echt zelf?

2. Je basisbehoeften worden niet meer gevoed

Uit onderzoek naar motivatie (de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan) weten we dat ieder mens drie dingen nodig heeft om met plezier te werken: autonomie (zelf keuzes kunnen maken), verbondenheid (erbij horen en gezien worden, prettige relaties), en competentie (iets kunnen en daarin groeien).

Juist een leidinggevende rol kan alle drie uithollen. Je zit vaak klem tussen de directie en je team, dus echte keuzeruimte voelt soms ver weg. Je staat er in lastige beslissingen alleen voor, want je bent geen collega meer onder collega’s. Je dagen vullen zich soms met zaken waar je nooit voor gekozen hebt. Geen wonder dat je energie wegloopt. Er is een verklaring voor wat je voelt.

3. Te veel routine, of de verkeerde uitdaging

Stel je je functie voor als een piramide die je in drie vlakken verdeelt. Onderin zit alles wat automatisch gaat: routine. In het midden zit werk dat aandacht vraagt maar dat je aankunt. Dáár ontstaat plezier en flow. Bovenin zit het uitdagings vlak: wat je nog niet kunt, maar wel wilt leren.

Veel twijfelende leidinggevenden zitten óf vastgelopen in de onderkant. Alsof de piramide voor het grootste gedeelte uit routine bestaat: brandjes blussen, regelen, herhalen. Of ze zitten in de top van de piramide. Hun uitdagingsvlak is te groot. Ze komen voor problemen te staat die ze niet kunnen hanteren. Beide voelen als vastzitten. Maar het zijn twee verschillende problemen, met twee verschillende oplossingen.

Past leidinggeven nog bij mij?

De vraag achter de vraag: rol, invulling of omgeving?

De vraag ‘Wil ik nog leidinggeven?’ lijkt eenvoudig, maar is dat meestal niet. Misschien wil je nog steeds leidinggeven, maar niet meer op deze manier, in deze organisatie of onder deze omstandigheden. ‘Past leidinggeven nog bij mij?’ is eigenlijk te algemeen gesteld. Achter die ene vraag liggen drie andere vragen en het antwoord kan per vraag verschillen.

Past de rol? Haal je energie uit het laten groeien van anderen, uit het bouwen aan een team? Of leef je pas op als je zelf inhoudelijk aan het werk bent?

Past jouw invulling? Misschien geef je leiding zoals je denkt dat het ‘hoort’: zoals je voorganger het deed, zoals het managementboek het voorschrijft, zoals de organisatie het lijkt te verwachten. Maar leiderschap dat niet klopt met wie jij bent, kost bakken energie. Leiderschap begint van binnenuit, niet bij een stijl die je aantrekt als een jas die niet past.

Past de omgeving? Zo loopt een sensitieve leidinggevende in een harde afrekencultuur leeg, hoe goed de rol op papier ook past. En, dit zie ik vaak, de omgeving is ook de laag boven je: een eigen leidinggevende die geen richting geeft, kan jouw rol onmogelijk maken zonder dat je doorhebt dat dáár het probleem zit.

Probeer eens dit kleine experiment. Zeg hardop: ‘Ik moet dit team leiden.’ En dan: ‘Ik wil dit team leiden.’ Eén woord verschil. Voel je wat er gebeurt? Als ‘wil’ niet over je lippen komt, weet je dat er iets te onderzoeken valt. Als ‘wil’ wél klopt, maar de zin toch zwaar voelt, dan zit het knelpunt waarschijnlijk niet in de rol, maar in de invulling of de omgeving.

Zo onderzoek je het zelf

Je hoeft niet meteen grote beslissingen te nemen. Begin met kleine stappen die je zicht geven:

  1. Houd twee weken een energiebalans bij. Noteer elke werkdag: welk moment gaf energie, welk moment kostte het meest? Kijk na twee weken terug: zaten de energiegevers in het leidinggeven zelf of ergens anders in?
  2. Teken je eigen piramide. Hoeveel van je week is routine, hoeveel vroeg gezonde aandacht, hoeveel echte groei en uitdaging? Wat zegt die verhouding je?
  3. Doe de moet/wil-test. Schrijf vijf zinnen op die beginnen met ‘Ik moet…’ over je werk. Vervang in elke zin ‘moet’ door ‘wil’. Welke zinnen kloppen dan niet meer?
  4. Kijk terug naar je keuzemoment. Wie besloot destijds eigenlijk dat jij leiding ging geven, jij, of de omstandigheden en mensen buiten jou?

Dit zelfonderzoek brengt je een heel eind. Maar eerlijk is eerlijk: sommige patronen zie je pas als iemand anders ze aanwijst. Je zit zelf te dicht op je eigen situatie, dat geldt voor iedereen, ook voor mij.

Wat als je wilt stoppen met leidinggeven?

Misschien voel je het al langer: dit past niet meer. Ik wil wil je nadrukkelijk vertellen: stoppen met leidinggeven is geen falen. Het is ook geen stap terug. Er zijn drie routes, en geen ervan is een nederlaag:

  • Anders invullen: dezelfde rol, maar op een manier die bij jou past
  • Terug naar het vak: specialist zijn is een volwaardige keuze, geen degradatie
  • Een andere omgeving: soms past de rol wél, maar de organisatie of de context niet

Neem bovendien het verlies serieus. Afscheid nemen van een rol is afscheid nemen van een deel van je identiteit: van hoe anderen je zien en hoe je jezelf bent gaan zien. Dat mag ruimte krijgen. Pas op voor de reflex om dan maar meteen het tegenovergestelde te kiezen: van manager naar zzp’er in één sprong, van kantoor naar camper bij wijze van spreken. De gulden middenweg ligt vaker voor de hand dan de grote ontsnapping.

Hoe dit er in de praktijk uitziet

Een manager meldde zich bij mij met klachten die je inmiddels herkent: weinig energie, veel stress. Zijn conclusie stond eigenlijk al vast: hij wilde stoppen met leidinggeven. Het paste niet meer bij hem, dacht hij.

In de gesprekken bleek iets anders. Het knelpunt zat niet in het leidinggeven zelf, maar een laag hoger: in zíjn leidinggevende. Die nam geen beslissingen en volgde geen duidelijke strategie. Het gevolg: deze manager kon zijn eigen team geen helder verhaal geven. Elke dag stond hij iets uit te leggen wat hij zelf niet begreep en dat vrat aan hem. Wat voelde als ‘leidinggeven past niet meer bij mij’, bleek in werkelijkheid: deze omgeving maakt mijn rol onmogelijk.

We hebben gewerkt aan zijn communicatievaardigheden: hoe breng je helderheid naar je team als die van boven ontbreekt, en hoe voer je het goede gesprek met je eigen leidinggevende? Uiteindelijk maakte hij een overstap naar een andere leidinggevende functie binnen dezelfde organisatie, naar een team van experts, wat veel beter bij zijn stijl van leidinggeven paste, onder een andere leidinggevende.

Het resultaat? Hij had het ongelooflijk naar zijn zin op zijn nieuwe plek. Dezelfde man, dezelfde kwaliteiten, nog steeds leidinggevende. Als hij op zijn eerste conclusie was afgegaan, had hij een rol opgegeven die wel degelijk bij hem paste.

Veelgestelde vragen

Is stoppen met leidinggeven een stap terug in je carrière? Nee. Het is een zijwaartse keuze op basis van wat bij je past. Werkgevers waarderen mensen die bewust kiezen en een leidinggevende zonder plezier kost een team meer dan een sterke specialist oplevert.

Hoe weet ik of de rol van leidinggevende bij mij past? Of de rol van leidinggevende bij je past, ontdek je door te onderzoeken waar je energie van krijgt. Krijg je voldoening van het begeleiden van mensen, richting geven en bouwen aan een team? Of merk je dat je vooral energie krijgt van het inhoudelijke werk? Kijk daarbij niet alleen naar de rol zelf, maar ook naar de manier waarop je die invult en de omgeving waarin je werkt.

Hoe lang mag je twijfelen voordat je iets moet doen? Twijfel die maanden aanhoudt en energie vreet, gaat niet vanzelf weg. Hoe langer je wacht, hoe kleiner je wereld wordt, hoe meer je stress toeneemt en hoe groter het risico dat je uitvalt voordat je hebt kunnen kiezen.

Kan een coach helpen bij deze vraag? Ja, juist omdat je zelden objectief naar je eigen situatie kunt kijken. Bij IDcoach combineer ik leiderschapscoaching en loopbaancoaching: je hoeft dus niet vooraf te weten of je wilt blijven of vertrekken. Dat onderzoeken we samen.

Wat is het verschil met een burn-out? Twijfel over je rol en uitputting lopen vaak door elkaar. Heb je serieuze uitputtingsklachten, je herstelt niet meer, ook niet in het weekend of op vakantie, dan komt fysiek herstel eerst. Neem die signalen serieus en bespreek ze ook met je huisarts. In de coaching besteden we eerst aandacht aan het herstel van je energie. De loopbaanvraag komt daarna; dan heb je er ook de energie voor.

Hoe lang wil je hier nog mee rondlopen?

Je hoopt misschien dat de twijfel vanzelf verdwijnt. Je weet inmiddels: dat doet hij niet. Wat wél kan: erachter komen wat er werkelijk knelt: de rol, de invulling of de omgeving. Zodat je kiest, in plaats van uitzit.

Wil je eerst zelf verder onderzoeken? Vraag dan mijn gratis e-book Lichter leidinggeven aan.

Liever direct sparren over jouw situatie? Plan een gratis kennismakingsgesprek. Vrijblijvend, en je weet na een half uur meer dan na maanden piekeren.


Renate Groenevelt is arbeids- en organisatiepsycholoog, loopbaan- en leiderschapscoach en oprichter van IDcoach. Zij begeleidde ruim 1000 professionals en leidinggevenden. Lees meer over Renate.

INTERESSANT? DEEL DIT ARTIKEL MET ANDEREN:

Privacy overzicht
IDcoach loopbaanbegeleiding

Cookies zijn kleine tekstbestanden die door websites kunnen worden gebruikt om gebruikerservaringen efficiënter te maken. Volgens de wet mogen wij cookies op uw apparaat opslaan als ze strikt noodzakelijk zijn voor het gebruik van de site. Voor alle andere soorten cookies hebben we uw toestemming nodig.

In onze privacyverklaring vindt u meer informatie over wie we zijn, hoe u contact met ons kunt opnemen en hoe we persoonlijke gegevens verwerken.

Noodzakelijke cookies

Noodzakelijke cookies worden onder andere gebruikt om uw cookievoorkeuren op te slaan.

Cookies van derden

Deze website gebruikt cookies van Facebook en Google om het bezoek van de website te analyseren en optimaliseren, en voor advertenties. Zie onze privacyverklaring.