Je bent moe. Niet het soort moe waarvan je hersteld bent na een weekend. Je voelt je moe van binnenuit. Je gaat ’s ochtends met tegenzin naar je werk, bent er de hele dag maar half bij en ’s avonds heb je nergens meer energie voor.
Je vraagt je af: Heb ik een burn-out, of doe ik gewoon het verkeerde werk?
Het lastige is dat beide van binnenuit behoorlijk op elkaar kunnen lijken. Je bent moe, sneller geprikkeld, ongemotiveerd en begint aan van alles te twijfelen. Toch kunnen er verschillende problemen onder liggen. En die vragen dus ook om een verschillende aanpak.
Wie een burn-out vooral als loopbaanvraag benadert, kan te vroeg grote beslissingen nemen. Wie een misfit tussen de persoon en het werk alleen als burn-out behandelt, kan wel herstellen, maar komt daarna mogelijk weer terecht in dezelfde situatie die zoveel energie kostte.
In dit artikel help ik je het onderscheid te maken. Ik wou dat er een simpele checklist voor te maken was, maar zo eenvoudig is het niet. Maar als arbeids- en organisatiepsycholoog stel ik wel een aantal vragen wanneer iemand uitgeput en twijfelend bij me aan tafel zit. Daar zal ik er een paar van met je delen.
Burn-out en de verkeerde baan sluiten elkaar niet uit
Dit wordt nog weleens over het hoofd gezien. Burn-out en de verkeerde baan zijn geen kwestie van óf het een óf het ander.
Je kunt volledig uitgeput zijn én al jaren werk doen dat niet goed bij je past. Die twee kunnen elkaar versterken. Als je jaar na jaar veel energie steekt in werk dat niet klopt, kan dat bijdragen aan uitputting. En als je eenmaal uitgeput bent, wordt het steeds moeilijker om helder te zien waar het probleem precies zit. Ligt het aan de inhoud van je werk? Aan de omstandigheden? Aan jezelf? Of aan een combinatie daarvan? Het wordt als een kluwe wol die in de knoop is geraakt. Waarvan je niet meer weet aan welke draad je moet trekken om de kluwe te ontwarren.
Dat maakt de vraag zo lastig.
Toch is er een volgorde. En die volgorde bepaalt waar je als eerste aandacht aan moet geven. Laten we eerst kijken wat het verschil is tussen een burn-out en een misfit.
Wat is een burn-out eigenlijk?
Een burn-out is meer dan een dip of een paar weken te veel hooi op je vork. Er is sprake van langdurige overbelasting, waarbij vermoeidheid en uitputting steeds meer op de voorgrond komen te staan. Je stress-systeem is zo ontregeld dat het niet meer vanzelf herstelt zoals zou moeten.
Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van slaapproblemen, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, emotionele vlakheid en lichamelijke klachten. Herstellen lukt steeds minder goed. Een weekend vrij is niet meer genoeg. Soms merk je zelfs tijdens een vakantie dat je nauwelijks tot rust komt.
En dat heeft ook gevolgen voor hoe je naar je werk kijkt.
Werk dat je vroeger prima aankon, kan ineens als een enorme opgave voelen. Soms geldt dat niet alleen voor je huidige baan, maar voor het idee van werken überhaupt.
Wat is een misfit?
Een misfit is iets anders. Het is de uitputting die kan ontstaan wanneer je langere tijd werkt op een plek of in een rol die niet goed bij je past.
Als je werk structureel niet aansluit bij wie je bent, kan er iedere dag een beetje energie verloren gaan. Misschien pas je je voortdurend aan. Houd je delen van jezelf in. Doe je vooral waar je goed in bent, maar nauwelijks waar je energie van krijgt.
Eén dag merk je daar misschien weinig van. Maar maanden of jaren achter elkaar kunnen hun tol eisen.
Het kan aan de inhoud van je werk liggen. Je doet taken die je niet liggen, mist betekenis of benut je talenten onvoldoende.
Het kan ook aan de omgeving liggen. Een cultuur die niet bij je past. Een leidinggevende bij wie je voortdurend vastloopt. Een team waarin je jezelf nauwelijks herkent.
Of het zit in de rol zelf. Je bent leidinggevende terwijl je eigenlijk veel liever inhoudelijk met je vak bezig bent. Of juist andersom.
Werkstress of de verkeerde baan: hoe weet je wat er werkelijk aan de hand is?
Vijf vragen die het onderscheid helpen maken
1. Hoe voelde je je twee jaar geleden in dit werk?
Hoe was het voordat het misging? Was je ooit energiek in dit werk? Keek je ernaar uit? Waren er periodes waarin je helemaal kon opgaan in wat je deed?
Dan is het interessant om te onderzoeken wat er sindsdien veranderd is. Is de werkdruk toegenomen? Is de organisatie veranderd? Heb je een andere leidinggevende gekregen? Is je rol veranderd?
Misschien ligt het probleem dan niet zozeer in het werk zelf, maar in de omstandigheden waarin je het doet.
Maar wat als je twee jaar geleden eigenlijk ook al niet enthousiast was?
Wat als je dit werk al jaren doet terwijl je ergens steeds hoopte dat het vanzelf beter zou worden?
Dan kan de misfit al veel langer aanwezig zijn. De uitputting die je nu voelt, kan daar mede een gevolg van zijn.
2. Zijn er specifieke momenten in de week die je energie geven?
Als je ernstig uitgeput bent, kan bijna alles zwaar voelen. Soms ook de dingen waar je buiten je werk normaal plezier aan beleeft. Zelfs ontspannen kan moeite kosten.
Bij een misfit zie je vaker dat er nog momenten zijn waarop iemand opleeft. Een gesprek dat je meesleept. Een taak waarin je helemaal opgaat. Een middag waarop je vergeet op de klok te kijken.
Let op die momenten. Ze zijn een kompas. Ze vertellen je niet meteen welk werk je moet gaan doen. Maar ze geven wel informatie over waar iets in jou nog aangaat.
Wanneer gebeurt dat bij jou?
3. Hoe herstel je tijdens een vakantie of op een vrije dag?
Stel, je bent een week vrij. Wat gebeurt er na drie of vier dagen? Begin je weer wat ruimte te voelen? Komt er energie terug? Krijg je weer zin om dingen te ondernemen?
Of blijft de vermoeidheid hangen, ongeacht hoeveel rust je neemt?
Bij ernstige uitputting kan herstel veel langer duren dan een paar vrije dagen. Je slaapt misschien nog steeds slecht. Je hoofd blijft vol of juist vlak. Dingen waar je normaal plezier aan beleeft, doen weinig met je.
Bij een misfit zie je vaker dat er wél iets verandert zodra het werk wegvalt. Je ademt op. Je voelt jezelf langzaam terugkomen.
En dan komt het moment waarop je beseft dat je weer terug moet.
Wat gebeurt er dan in je lijf?
Die zondagavond voor je eerste werkdag kan je soms meer vertellen dan je denkt.
4. Stel dat je morgen hetzelfde werk doet, maar ergens anders. Hoe voelt dat?
Dit is een gedachte-experiment dat ik regelmatig gebruik.
Stel je voor: je doet precies hetzelfde werk. Dezelfde functie. Vergelijkbare taken. Maar in een compleet andere organisatie. Een ander team. Een andere leidinggevende. Een andere cultuur.
Wat gebeurt er als je jezelf daar voorstelt?
Voel je opluchting? Nieuwsgierigheid? Misschien zelfs een beetje energie? Dan is het de moeite waard om te onderzoeken of niet je vak of rol het probleem is, maar de context waarin je die nu uitvoert.
Maar voel je ook bij die gedachte weinig of niets? Dan kan de vraag dieper liggen. Misschien past niet alleen de omgeving niet meer, maar is ook de inhoud van je werk aan herziening toe.
5. Kun je benoemen wat er wél zou passen qua werk?
Als je uitgeput bent, kan deze vraag bijna onmogelijk voelen. Je weet vooral wat je niet meer wilt. Maar wat dan wel? Geen idee.Je hoofd heeft simpelweg onvoldoende ruimte om ver vooruit te kijken.
Bij een misfit is er soms nog iets anders aanwezig. Een richting. Een verlangen. Een gedachte waarbij je merkt dat er iets oplicht. Misschien kun je het nog niet concreet maken. Misschien klinkt het zelfs onrealistisch.
Maar het is er wel. Heb je dat? Negeer het dan niet. Het kan een eerste aanwijzing zijn voor wat je nodig hebt.
Wat als je het echt niet weet?
Juist wanneer je sterk uitgeput bent, kan helder nadenken over je loopbaan bijzonder moeilijk zijn. Je probeert dan een grote vraag te beantwoorden met een hoofd dat nauwelijks ruimte heeft om na te denken. Dat werkt niet.
En er speelt nog iets. De manier waarop je met werkdruk omgaat, je overtuigingen over presteren, verantwoordelijkheid en grenzen, en bepaalde persoonlijke patronen kunnen invloed hebben op hoe je in een burn-out terechtkomt.
Die patronen verdwijnen niet automatisch wanneer je van baan verandert.
Daarom heeft de loopbaanvraag welk werk past bij mij? soms pas echt zin als je voldoende hersteld bent om die vraag met enige afstand te bekijken.
Mijn advies als je het niet weet: neem serieuze burn-out signalen serieus en bespreek ze met je huisarts of bel me voor een kort strategiegesprek wat nu passend is voor je herstel. Geef herstel prioriteit.
Want wanneer de ergste uitputting afneemt, ontstaat er vaak weer ruimte om te onderzoeken: wat gebeurde hier eigenlijk? Wat heeft mij zoveel energie gekost? En wat heb ik nodig om niet opnieuw in dezelfde situatie terecht te komen?
Dán wordt de loopbaanvraag interessant.
Wat als het de verkeerde baan is?
Dan kan de neiging groot zijn om zo snel mogelijk iets anders te zoeken. Weg hier. Een nieuwe baan. Een andere organisatie. Misschien zelfs een compleet ander vak.
Maar ook dan is haast niet altijd je beste raadgever. Want een nieuwe baan lost niet automatisch de patronen op die je meeneemt.
Als jij altijd te veel verantwoordelijkheid naar je toe trekt, wordt dat in een nieuwe baan waarschijnlijk niet ineens anders. Als je moeilijk grenzen stelt, voortdurend wilt bewijzen dat je het kunt of jezelf structureel aanpast aan wat anderen nodig hebben, dan stap je met diezelfde patronen je nieuwe functie binnen.
Daarom waarschuw ik voor wat ik het bounce-backpatroon noem: vanuit pijn precies het tegenovergestelde kiezen van wat je nu hebt.
Een harde organisatiecultuur put je uit, dus je besluit zzp’er te worden. Je bent klaar met een grote organisatie, dus het moet een startup worden.Je bent uitgeput van leidinggeven, dus je wilt nooit meer verantwoordelijkheid dragen.
Vaak ligt het antwoord niet in het tegenovergestelde, maar in werk dat beter aansluit bij wie je bent, wat je belangrijk vindt en waar je energie van krijgt.
Vraag jezelf daarom eens af:
- Wat gaf je vroeger energie, ook buiten je werk?
- Waar kon je zo in opgaan dat je de tijd vergat?
- Welke dingen vinden anderen vanzelfsprekend goed aan jou, terwijl jij denkt: maar dat stelt toch niets voor?
Juist daar zitten vaak interessante aanknopingspunten.
Want wat voor jou vanzelfsprekend voelt, kan een talent zijn dat je onvoldoende benut.
Hoe dit er in de praktijk uitziet
Een leidinggevende kwam bij me met klachten die je inmiddels misschien herkent. Weinig energie. Veel stress. Twijfel over zijn werk. Hij overwoog zelfs helemaal te stoppen met leidinggeven.
Voor hem leek de conclusie al min of meer vast te staan: burn-out. Misschien iets totaal anders gaan doen.
In het coachtraject ontstond een ander beeld.
Ja, hij was duidelijk overbelast. En we hebben daarom ook aan het aanbrengen van meer rust in zijn leven gewerkt. Maar het werd ook duidelijk in de loop van het traject dat leidinggeven nog steeds heel goed bij hem paste.
De vraag veranderde van: moet ik stoppen met leidinggeven? in Onder welke omstandigheden kom ik als leidinggevende eigenlijk het beste tot mijn recht?
De belangrijkste knelpunten bleken de niet transparante, maar wat vijandige werkcultuur en zijn directe leidinggevende te zijn waar hij niet op terug kon vallen. Iemand die weinig beslissingen nam en nauwelijks koers zette. Daardoor had hij het in zijn team goed, maar waren de MT bijeenkomsten heel naar voor hem. Hij voelde steeds minder verbondenheid met de organisatie en voelde zich steeds onzekerder worden.
De stress was reëel. Maar dat betekende nog niet dat leidinggeven an sich het probleem was.
We werkten aan overzicht aanbrengen in zijn kwaliteiten en wat hij nodig had om met energie, voldoening en plezier te werken. Niet alleen qua taken, maar ook qua cultuur.
Uiteindelijk is hij aan de slag gegaan als leidinggevende in een kleinere organisatie waar er een open cultuur was en hij zich ook in het MT gehoord voelde. Hij heeft daarnaast geleerd om betere grenzen te stellen en op te kunnen komen voor zijn eigen behoeften. Hij gaat weer met veel plezier naar zijn werk!





